Wat is?

Kaleien is een eeuwenoude schildertechniek waarbij een dunne kalkpleister met een blokborstel op de muur (meestal metselwerk) wordt aangebracht. Bovenop de kaleilaag wordt meestal ook nog een kalkverf aangebracht. Deze bepaalt dan de kleur van het pleisterwerk! Volgens sommige bronnen heeft dit ook waterzuigend effect.

Toch is het woord ‘kaleien’ één van de minst eenduidige termen uit de bouwwereld!
Eerst en vooral, is het ‘kalei’ of ‘kallei’. Na wat rondvraag bij taalkundigen werd vooral kalei met één ‘l’ naar voren geschoven. Daarom heb ik deze schrijfwijze dan ook gebruikt in mijn thesis en op deze website.

Daarnaast heb ik kalei bekeken vanuit 3 aspecten: historisch, estetisch en technisch. De ideale kalei combineert deze aspecten, maar dit is niet echt mogelijk.
Historisch gezien leerde we deze techniek vooral kennen door de landbouwers. Elk jaar rond Pasen kalkten deze hun stallen wit om zo de muren te ontsmetten en te beschermen tegen vocht! Zij gebruikten eigenlijk een soort kalkverf, maar na enkele jaren ontstond hierdoor een soort zuivere kalkpleister van enkele mm’s dik. Zo onstond het typisch kalei-effect op esthetisch gebied. Dit wil de huidige generatie in één keer bekomen. Daarom voegt men een vulstof, zoals zandkorrels, toe om het kalei-effect direct te bekomen.
Een tweede aspect is het esthetische. Op de gevel(stenen) zorgt de kalei voor een schemerig effect, dit door een pleisterlaag van enkele mm’s . Daarbij ontstaat door de blokborstel ook het strepeneffect. Bij een kalei op zuivere kalkbasis ontstaat er na enkele jaren verwering en kleurverschillen, maarvolgens heel wat mensen is dit een een onderdeel van het kaleien. Bij andere systemen heb je deze verwering minder. Kalei geeft een mooi en rustiek uitzicht, hierdoor is deze techniek dezer dagen zeer populair in de restauratiewereld.
Een derde en laatste aspect is het technische gedeelte. Dit is misschien wel het belangrijkste aspect van een kalei. Deze zorgt namelijk voor goede bescherming van de gevel tegen de weersomstandigheden zoals slagregen. Daarnaast is een kalei zeer dampopen. Doordat het om een vrij dunne pleister gaat, kunnen zouten relatief vrij gemakkelijk door de kalei migreren. Dit zorgt als geheel voor een verbeterde muurhuishouding.

Een bepaald hoofdstuk uit mijn thesis was: “van grondstof tot kalei”. De belangrijkste grondstof van de meeste kaleiproducten is kalk. Deze wordt grotendeels gehaald uit het verbranden van kalksteen (bij 900°C) of het verbranden van schelpen. Hierbij krijgt men respectievelijk steenkalk en schelpkalk. Het is vooral geografisch afhankelijk van welke kalk wordt gebruikt. De Nederlanders zijn veel meer vertrouwd met schelpkalk dan de Belgen, die al altijd steenkalk gebruiken.
Er bestaan 2 soorten kalk: ‘hydraulische’ & ‘lucht- of hydraatkalk’. Zuivere kalk (Calciumcarbonaat) is luchtkalk, onzuivere kalk, waarbij in het gesteente ook andere grondsoorten zoals klei aanwezig zijn, is hydraulisch kalk. Deze laatste heeft als extra dat het kan uitharden onder water, dit in tegenstelling tot luchtkalk.
Een tweede belangrijke grondstof is zand. Dit zorgt voor de granulometrie van de kalei. Er zijn drie soorten zand: rivierzand, duinenzand en zeezand. Voor het kaleien gebruikt men uitsluitend rivierzand, dit omdat deze geen zouten bevat die schadelijk kunnen zijn voor de pleister. De verdeling van de zandkorrels gaat als volgt: 2/3 grove, 1/3 fijne zandkorrels.
Daarnaast heb je de toeslagstoffen, deze zijn bij elk product anders, en waarschijnlijk zijn er producenten die ook nog andere, eigen toeslagstoffen gebruiken die niet gekend zijn. Enkele hiervan zijn: puzzolanen (dit zorgt voor het hydraulisch effect bij luchtkalk), wit cement (maakt de kalei harder, maar wel minder dampopen), kleurpigmenten (zorgt voor de kleur), marmerpoeder, kalksteenmeel (deze zorgt samen met marmerpoeder voor een verbeterde granulometrie), compaktuna (betere waterdichtheid, maar wel minder dampopen) en acrylaten (betere hechting, betere bescherming tegen water, maar ook minder dampopen).
Als afwerklaag wordt regelmatig geopteed voor een verfsysteem. Deze bestaan uit caseïne (voornamelijk bij kalkverf), kaliwaterglas (silicaten) en siliconenharsen.

Verharding van de kalkspecie gebeurt bij luchtkalk door carbonatie. Dit is een proces van steen tot steen!
CaCO3 (calciumcarbonaat) → [bij 900°C] CAO (calciumoxide) + CO2 (↑ gas)
CaO (calciumoxide) + H2O (water) → Ca(OH)2 (calciumhydroxide)
Ca(OH)2 (calciumhydroxide) + CO2 → CCO3 (calciumcarbonaat) + H2O (water)

Uitharden van hydraulisch kalk:
7 Ca(OH)2 + 2 (Al2O3 · 2 SiO2) + 2 H2O →
2 (2CaO · Al2O3 · SiO2 · H20) + 3 CaO · 2 SiO2 · H2O + 6 H2O
Hierbij zorgen onzuiverheden in de kalk voor het hydraulisch effect, dit is onder andere aluminiumoxide en siliciumoxide.

Op de pagina aannemers wordt het ‘kaleien in de praktijk’ besproken.